Bemiddelen: nu ook in het Bestuursdecreet

Op 1 januari 2019 is het nieuwe Bestuursdecreet in werking getreden. Dit decreet vormt in de eerste plaats een bundeling van verschillende regelgeving met betrekking tot het algemeen administratief recht, maar het voegt ook een aantal opmerkelijke zaken toe die inspelen op de tendensen van vandaag. Zo werd het decreet van 1 juni 2001 houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen (Klachtendecreet) gewijzigd door in artikel II.82 Bestuursdecreet een mogelijkheid tot bemiddeling in te schrijven.

Adhemar Advocaten licht deze nieuwe bemiddelingsmogelijkheid graag toe.

Artikel II.82 Bestuursdecreet bepaalt:

“De klachtenvoorziening van de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.74, eerste lid, beoordeelt of het aangewezen is om bemiddeling te organiseren tussen de indiener en de personen die betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft, waarbij de klachtenvoorziening als bemiddelaar optreedt.

Binnen de termijn die de overheidsinstantie daarvoor heeft bepaald, dient de indiener te antwoorden of hij al dan niet van de aangeboden bemiddelingsmogelijkheid gebruik maakt. Als de indiener niet binnen deze termijn antwoordt, wordt ervan uitgegaan dat hij afziet van bemiddeling.”

Een “klacht” dient nadrukkelijk te worden onderscheiden van meldingen, die worden geregeld in artikel II.88 Bestuursdecreet. Een melding handelt ook over een tekortkoming in het beleid of de regelgeving maar veronderstelt, in tegenstelling tot een klacht, niet noodzakelijk een conflictsituatie. Het is om die reden dat de bemiddelingsregeling niet van toepassing is op meldingen (Ontwerp van Bestuursdecreet, Parl. St. Vl. Parl., 2017 -2018, nr. 1656/1, 104).

Daarnaast dient er te worden opgemerkt dat de term “bemiddeling” een beetje ongelukkig is gekozen. Er is immers geen sprake van een onafhankelijke derde die personen met tegenstrijdige belangen tot een compromis/oplossing tracht te leiden. Dit wordt in de memorie van toelichting ook erkend:

“Het is geen ‘bemiddeling’ in de gebruikelijke betekenis van het woord omdat de bemiddelaar ook een personeelslid is van de instantie die bij de klacht betrokken is. Deze optie vereist flankerende maatregelen zoals opleidingen voor klachtenbehandelaars.” (Ontwerp van Bestuursdecreet, Parl. St. Vl. Parl., 2017 -2018, nr. 1656/1, 109)

Desalniettemin kan het verder uitbreiden en aanmoedigen van bemiddeling (in welke rechtstak dan ook) enkel worden toegejuicht. De voordelen van bemiddeling (in bestuurszaken) worden ook zorgvuldig en vrij extensief toegelicht in de memorie van toelichting (Ontwerp van Bestuursdecreet, Parl. St. Vl. Parl., 2017 -2018, nr. 1656/1, 108 – 109).

De bemiddeling in het Bestuursdecreet verloopt bovendien vormvrij, een element dat als bemiddelingsbevorderend kan worden beschouwd. De regeling rond bemiddeling in het Bestuursdecreet bevat echter ook elementen die vragen doen rijzen bij de brede/veelvuldige toepasbaarheid van deze regeling.

Zo zal de indiener van een klacht enkel worden uitgenodigd voor bemiddeling als dat aangewezen is. De klachtenvoorziening dient eerst zelf te oordelen of bemiddeling in een specifieke situatie aangewezen is of niet. Hierboven werden al vraagtekens geplaatst bij de onafhankelijkheid van de klachtenvoorziening, maar op dit moment is het ook nog volstrekt onduidelijkheid of de personeelsleden van de klachtenvoorziening op een voldoende deskundige manier kunnen inschatten of een bemiddeling gewenst is of niet.

Daarenboven wordt er in de memorie van toelichting ook uitdrukkelijk gesteld dat een formele motivering niet wordt vereist, maar dat de keuze om geen bemiddeling aan te bieden moet kunnen worden gemotiveerd (Ontwerp van Bestuursdecreet, Parl. St. Vl. Parl., 2017 -2018, nr. 1656/1, 109). Er kan vandaag echter nog geen antwoord worden geboden op de vraag welke motivering zal volstaan om een beroep op bemiddeling te kunnen uitsluiten. De toekomst zal dit moeten uitwijzen.

Tot slot kan er nog op worden gewezen dat het/de betrokken personeelslid/personeelsleden niet kan/kunnen weigeren om deel te nemen aan de bemiddeling. De indiener van de klacht kan dit wel. Dit vormt een tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant zal dit principe het aantal bemiddelingspogingen kunnen verhogen – er is immers maar één partij die kan weigeren om in een bemiddeling te stappen -. Aan de andere kant zorgt dit principe ervoor dat het onzeker is dat de betrokken personeelsleden met de juiste mindset in het bemiddelingsverhaal zullen stappen. Ze worden immers verplicht om deel te nemen.

Het opnemen van bemiddeling in het Bestuursdecreet rond de behandeling van klachten is zeker een stap in de goede richting en houdt rekening met de tendensen van vandaag. Het is echter nog onduidelijk of de regeling die werd uitgewerkt ook tot een vlotte en veelvuldige toepassing van bemiddeling zal leiden.

Voor verdere vragen kunt u terecht bij Stefanie Debeuf, Elke Paenhuysen of Jonas Voorter:

stefaniedebeuf@adhemar.law

elkepaenhuysen@adhemar.law

jonasvoorter@adhemar.law