Bemiddeling bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen: onbekend maakt onbemind

In het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning kunnen heel wat conflicten ontstaan. Meestal spelen dergelijke conflicten al een hele tijd onderhuids en komen ze nadrukkelijk tot uiting wanneer de vergunningverlenende overheid de toelating verleent om de vergunningsplichtige werken uit te voeren. Vaak stelt men dan een administratief beroep in bij de deputatie en stapt men nadien naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen.    

Het is belangrijk om voor ogen te houden dat er, naast deze procedurele benadering, ook een alternatieve manier van conflictoplossing bestaat.

In deze nieuwsbrief licht Adhemar Advocaten u dan ook graag de mogelijkheid van bemiddeling bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen toe.

In 2012 voerde de Vlaamse decreetgever de mogelijkheid in om tot bemiddeling over te gaan wanneer de zaak al in behandeling is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (artikel 42 Decreet 4 april 2014 inzake de organisatie en rechtspleging van de Vlaamse Bestuursrechtscolleges, of kortweg “DBRC-decreet”).  Deze mogelijkheid is, ondanks haar vele voordelen, echter veelal onbekend bij het grote publiek.

De partijen kunnen de Raad voor Vergunningsbetwistingen zelf verzoeken om een bemiddelaar aan te stellen. De Raad kan dit ook zelf doen, maar uiteraard met het akkoord van beide partijen.  Het principe van de vrijwilligheid is zeer belangrijk: een partij kan niet gedwongen worden om tot bemiddeling over te gaan. Bij gezamenlijk akkoord is bemiddeling niet geheel vrijblijvend. Partijen dienen wel op een constructieve manier mee te werken aan de bemiddeling.

De aangestelde bemiddelaar kan ofwel een derde zijn die door de partijen werd voorgesteld, ofwel een intern personeelslid van de Dienst Bestuursrechtscolleges. In de praktijk komt dit laatste het meeste voor.  De bemiddelaar zal dan in alle onafhankelijkheid en zonder partij te kiezen trachten om de partijen met elkaar te verzoenen.

Om te vermijden dat een partij de bemiddeling zou aanwenden als vertragingsmechanisme, kan de bemiddelingsopdracht nooit langer dan zes maanden duren. Partijen kunnen echter wel om een verlenging vragen, die dan niet langer dan drie maanden kan bedragen.

Indien er een akkoord wordt bereikt, kan dit door de Raad voor Vergunningsbetwistingen worden bekrachtigd (uitgezonderd wanneer het akkoord in strijd zou zijn met de openbare orde, met de regelgeving omtrent stedenbouw of met stedenbouwkundige voorschriften).

Deze werkwijze bevordert de relatie tussen de partijen, die wellicht al geruime tijd is verzuurd. Door de bemiddeling krijgen zij de kans om samen tot een gedragen oplossing ‘op maat’ van hun conflict te komen. Zij kunnen op vertrouwelijke basis hun belangen aan elkaar meedelen. Denk bv. aan een buurman die bezorgd is over de mogelijke geluidsoverlast die een fabrieksuitbreiding met zich mee kan brengen, maar dit nooit rechtstreeks heeft kunnen bespreken met de vergunningsaanvrager.

Omdat omgevingsvergunningen vaak een erg technische aangelegenheid zijn, laten partijen zich dikwijls bijstaan door advocaten. Ook tijdens een bemiddeling kan de advocaat een belangrijke adviserende en raadgevende rol spelen, gezien de complexiteit van de materie en de wetgeving inzake ruimtelijke ordening. Op die manier kunnen partijen optimaal worden ondersteund bij het bereiken van een oplossing.

De experten van Adhemar Advocaten staan u graag bij wanneer u overweegt om een bemiddeling op te starten of meer informatie wenst over de mogelijkheid van bemiddeling op het gebied van ruimtelijke ordening.

Indien u meer inlichtingen wenst, kunt u contact opnemen met Stefanie Debeuf of Elke Paenhuysen:

stefaniedebeuf@adhemar.law

elkepaenhuysen@adhemar.law